kabouter Zacheo
De baron waardeerde dit ten zeerste en gaf hem te eten uit
medelijden. Bij het zien van zijn ontgoochelde meester stapte het kereltje op
hem af met de boodschap: “Heer, ik zal op mijn eentje terugkeren om met de hulp
van God de vallei te bekeren. Uwe hoogheid moet wel zijn mooiste bijbel met de prachtige
gravures en de gouden letters meegeven.”
De mensen die de tussenkomst van de dwerg hadden gehoord
schaterden het uit, maar de baron liet hen terstond ophouden.
De baron wendde zich tot het onooglijk kleine wezen met de
vraag: “Zacheo mijn vriend, hoe denk jij te kunnen slagen waar mijn manschappen
en ikzelf glansrijk hebben gefaald?”
“Heer, het zal me lukken. Ik heb zo mijn geheime wapens."
De baron staart hem een poosje aan en laat dan het kostbare
boek halen om het aan Zacheo te overhandigen.
De dwerg brengt de nacht al biddend door en voor dag en dauw
trekt hij erop uit.
Na uren stappen komt hij uitgeput aan de gevaarlijke kloof.
Zonder verpinken laat hij zich in de bedding van de Navizence zakken en springt
hij van rotsblok naar rotsblok langs de loop van het bergriviertje. Dankzij de
uiterst warme zomer valt het debiet in de rivier nog mee. Toch blijft het een
hachelijke onderneming voor een nietig wezentje. Op de steilste plaatsen duwt Zacheo
het boek voor zich uit. Geduldig springend van steen tot steen bereikt hij de
geheime toegang tot de vallei.
De wachter herkende de dwerg onmiddellijk. Zijn kompanen en
hij hadden hem destijds aangetroffen op straat en meegenomen naar hun vallei. De
wachter schonk hem melk uit om te bekomen alvorens zijn kaboutervriend naar de
dorpsraad te leiden die toevallig vandaag in zitting bijeen was. Iedereen
verheugde zich op zijn terugkeer. Enkel de blinde dorpsoudste, en voorzitter
van de raad, fronste de wenkbrauwen.
Na diep nadenken verzocht hij om stilte en richtte hij het
woord tot de aanwezigen:
“Volgens de wetten van onze voorouders moet elke vreemdeling
die de vallei binnendringt zonder toelating of uitnodiging, geofferd worden aan
de reus van de gletsjer.”
Hij vervolgde:
“Toen Zacheo hier lang geleden naartoe gebracht werd heb ik
hem niet laten doden. Ik heb hem zelfs te eten gegeven. Maar nu is hij uit
vrije wil gekomen. Volgens het oude gebruik onzer vaderen moet hij sterven. ”
Zacheo wist dat de woorden van de oude man onherroepelijk
waren.
Zacheo richtte zich vervolgens tot de blinde leider: “Meester,
voor u mij aan de reus van de gletsjer uitlevert, verzoek ik u om eerst een van
de mooiste verhalen uit dit Boek te mogen voorlezen. Aangezien u de prachtige tekeningen
niet kunt zien, kan het u wellicht behagen dat ik ook deze beschrijf.”
Zonder het antwoord af te wachten begon de kabouter vol
emotie voor te lezen uit het Heilige Boek. Het maakte zo’n grote indruk dat het
oude dorpshoofd de kabouter op algemene aanvraag liet leven tot hij het hele Boek
had voorgelezen.
Zo verliepen weken, maanden en zelfs een heel jaar. Zacheo palmde zijn gastheren in met zijn wijsheid en zijn zachtheid. Boven alles waren zij in de ban van de lezingen van het Goddelijke Woord. Nochtans werd Zacheo onmiddellijk na het lezen van de laatste bladzijde in opdracht van de oude leider gevangen genomen! Door zich akkoord te verklaren met het uitstel had de ouderling een oud gebruik aangetast. Hij voelde zich dus genoodzaakt om de wetten van zijn voorouders in ere te herstellen.
Zacheo verzette zich niet en de bewoners van de vallei konden zich vinden in deze gang van zaken. Zacheo bereidde zich dus voor om zijn dood tegemoet te gaan. Hij kon zich niets verwijten. Zijn missie was volbracht.
Men bond de Heilige Schrift rond zijn nek en de optocht naar de berg kon beginnen. Het gekraak onder hun voeten werd luider en langer naarmate men vorderde. Men zou zeggen dat de gletsjer ongeduldig werd om zijn prooi te verslinden. Aan de rand van de eerste krater gaf men Zacheo een fikse duw! Op dat moment slaakte de berg een danig angstwekkende kreet dat de daders zich uit de voeten maakten zonder om te kijken.
De bijna bewusteloze Zacheo liet zich als een schoorsteenveger naar beneden glijden zonder zijn dierbare Boek los te laten. Plotseling verdween het ijs rondom hem en Zacheo plonsde in een grot met water. Daar besefte hij dat hij nog in leven was en dat het zou volstaan om zich stroomafwaarts te laten drijven om de gletsjer te verlaten.
Wanneer hij met zijn boek onder de arm te midden van de barbaren verscheen werd hij op kreten van ongeloof en verstomming onthaald. Ze vielen allen op de knieën. Zacheo maakte hen duidelijk dat zijn geloof hem had gered. Daarna werd Zacheo triomfantelijk naar het huis van de oude leider gedragen.
Na het aanhoren van het mirakel verzachtte het hart van deze laatste. Op het dorpsplein stak hij de handen in de lucht en verklaarde aan zijn volk: “Jezus van Nazareth is onze God en Zacheo is zijn opperpriester!” Zacheo wees deze eer echter af. Hij bood wel aan om met een delegatie van het dorp naar de bisschop van Sion te trekken om verslag uit te brengen van deze bijzondere ommekeer. De Anniviards aanvaardden om zich te schikken naar het gezag van de bisschop in ruil voor het behoud van hun zelfbestuur.
Niet veel later keerde de tot priester gewijde Zacheo terug naar de vallei in het gezelschap van enkele diakens. Hij had de eer om de oude leider en zijn volgelingen te dopen. Dit weerspannige volk bekeren had heel wat voeten in de aarde gehad. Maar zeg nu nog eens dat de Anniviards ongehoorzaam en weerspannig zijn!
Vertaald uit Rozinna, raconte-nous Anniviers, Association Contes et Légendes d’Anniviers, 2008
Reacties
Een reactie posten